ULTRA

ULTRA of ULTRA’s (een afkorting van Ultramodernen) is de verzamelnaam voor Nederlandse groepen en artiesten die deel uitmaakten van de tweede experimentele golf in de geschiedenis van de popmuziek, de ‘post-punk experimentele pop’, waarin muzikanten en kunstenaars wereldwijd de directheid, energie en ‘do-it-yourself’ filosofie van punk combineerden met ideeën, methoden en technieken veelal ontleend aan avant-garde kunst, jazz, elektronische en modern klassieke muziek.

De betreffende periode, 1978-1983, werd gekenmerkt door een vloedgolf aan nieuwe muziek, die weliswaar in de meeste gevallen het formaat van de klassieke popsong respecteerde, maar daarbinnen veel van de tot dan toe geldende regels en conventies bewust negeerde. Regels en conventies negeren en doorbreken kan natuurlijk op verschillende manieren. ‘Post-punk experimentele pop’ of ‘Ultra’ is dan ook geen welgedefinieerde stijl of stroming. Het is vooral een mentaliteit, waarbij begrippen als ‘vernieuwing’ en ‘onderzoek’ als maatstaf en drijfveer hoog in het vaandel staan.

De naam ‘Ultra’ is ontleend aan een serie concerten die, van september 1980 tot en met april 1981, op woensdagavond plaatsvonden in jongerensociëteit Oktopus aan de Amsterdamse Keizersgracht. Een grote groep jonge popmuzikanten en audiovisuele kunstenaars, uit Amsterdam, maar ook uit steden als Nijmegen en Eindhoven, spreidde daar wekelijks een ongebreidelde muzikale experimenteerdrift ten toon. Een van de organisatoren van de Ultra-avonden was Wally van Middendorp, voorman van de Minny Pops en drijvende kracht achter het onafhankelijke Plurex-label, dat muziek van Ultra-groepen uitbracht op plaat en dat door haar compromisloze eigenzinnigheid ook internationaal veel aandacht trok. In dezelfde periode ontstond tijdschrift Vinyl, een initiatief van Ultra-muzikanten. Vinyl poneerde zich als een professioneel alternatief voor de als belegen en ingeslapen ervaren Nederlandse muziekpers van die dagen. In haar beginjaren was Vinyl de spreekbuis en - niet in het minst door de bijzondere vormgeving - ook het gezicht van Ultra. Het tijdschrift bracht met de bij ieder nummer bijgeleverde flexidisc muziek van Ultra-groepen rechtstreeks op de draaitafel van de snel groeiende groep Nederlandse fans van new wave en experimentele pop uit die tijd.

Aan de vloedgolf van verrassende, eigenzinnige en vaak extreme experimenten in de popmuziek kwam, in Nederland en wereldwijd, rond 1983 vrij plotseling weer een einde. Maar de grenzen van ‘pop’ waren blijvend verlegd. De toen nog ongebruikelijke geluiden, opnametechnieken en elektronica zijn ondertussen, in getemde en veel minder extreme vorm, al lang deel geworden van de muzikale mainstream. Zo gaat dat nou eenmaal. Dat is verder ook van weinig belang. Wel van belang is het om te constateren dat de geestesgesteldheid die aan de experimentele explosie van dertig jaar geleden ten grondslag lag, en de muziek die eruit voortsproot, nieuwe generaties bleef en blijft inspireren. Dat is te horen in veel van de meer avontuurlijke popmuziek die de afgelopen decennia is gemaakt, of die uiteindelijk nou een groot publiek bereikte of niet. Het resulteerde ook in het huidige, weliswaar in commercieel opzicht marginale en veel minder zichtbare, maar bijzonder dichte en wereldwijd vertakte, bloeiende en bijzonder boeiende, netwerk van groepen van kunstenaars en muzikanten die met dezelfde energie en inzet, met de middelen van toen maar vooral ook met de middelen van nu, grenzen blijven zoeken en verleggen; ergens onder de grond, ergens tussen kunst en rock-’n-roll.
(door Harold Schellinx)

Comments are closed.